Gratis e-book gedachteanalyse

De ontdekking We denken niet goed en dat is de oorzaak van veel leed. Deze stelling is niet nieuw. Wel nieuw is dat deze kennis aantoont hoe we dit doen en hoe we – op een wijze die voor een ieder bereikbaar is – ons denken in evenwicht kunnen brengen.

Deze stroming gaat gelijk naar de kern. Dat is de stem in ons hoofd waarmee we denken. En daar vinden we de gedachten die we allemaal dagelijks hebben. Gewone gedachten, voor iedereen herkenbaar. Die gewone gedachten worden ongewoon wanneer we er bij stilstaan. Dan worden ook de effecten duidelijk. Belemmeringen worden zichtbaar, door de gedachten zichtbaar te maken die deze belemmeringen vormen en in stand houden. Dit zijn zes soorten gedachten die de zes kerngedachten worden genoemd.

Met het zichtbaar maken van die kerngedachten opent zich te weg om deze te gaan beïnvloeden, door deze te gaan herwaarderen. Dit herwaarderen betekent de kerngedachte herkennen, er bij stil staan, om vervolgens met de nieuwe kennis de herkende gedachte te gaan beoordelen. Het onbewuste automatisme van de situatie waar we mee worden geconfronteerd, de gedachten die deze situatie oproept en de reactie die wij vervolgens geven, wordt hiermee doorbroken.

Door de herkenning van de gedachte wordt wat eerst een onbewust proces was, nu bewust. Dat geeft keuzes. Keuzes voor verandering. Keuzes voor beter kunnen denken. De keuze om meer doordacht te handelen. Met de kennis en de methodieken kan iedereen dit zelf doen. Op elke plek, op elke tijd.

Gedachte Analyse Programma – Herman Beuker PDF

 

Veel leesplezier

Delen

Veel moeten, het is één oorzaak van stress

Moeten, het vreet energie. Het zet je onder druk en je omgeving kan er ook nog last van hebben. Tijd om het moeten te verminderen?

Wanneer je een opdracht aan zichzelf geeft dan levert dit op dat er langere tijd energie wordt geleverd zonder dat je daar steeds bij stil hoeft te staan. ‘Ik moet opschieten’, als opdracht heeft als effect dat je sneller gaat bewegen. ‘Nu moet ik helemaal opschieten’, heeft als effect dat je nog sneller gaat bewegen (werken).

Ieder mens geeft zichzelf opdrachten

Het is de mate waarin je veel moet die bepalend is of je meer moeter (opdrachten) dan willer (eigen keuze) bent. Een (werk)situatie kan ervoor zorgen dat het jezelf geven van opdrachten versterkt wordt. In feite doe je dit dus zelf door je manier van denken. Dat is goed nieuws, want dan kun je het ook beïnvloeden. Door je bewust te zijn van het gedachtepatroon en hierbij stil te staan.

Je verleert jezelf keuzes te maken

Het niet maken van een keuze kan een nadeel zijn. Dit gebeurt als het evenwicht is verstoord en de opdrachten veelvuldig worden gebruikt. Dus als je veel van jezelf moet.
Onbewust wordt er dan steeds minder een keuze gemaakt en werk je door de dag heen op grond van aan jezelf gegeven opdrachten. De energie die hiervoor wordt gevraagd kan steeds meer worden. Dit kan ten koste van het overzicht gaan, maar het is vooral belangrijk dat je verleert om per situatie te kiezen. Je verleert om bewuste keuzes te maken. Je verleert te kiezen. Bepaalde gedachten, in dit geval de opdrachten, bepalen. Niet jij. Zo word je geleefd door je eigen gedachten.

Om dit evenwicht terug te vinden of te bewaren is de volgende methodiek ontwikkeld:

1 – Schrijf 25 X onder elkaar op wat je allemaal moet. (Investeer even in jezelf).

Het doel is dat je jezelf leert om in gedachten even te stoppen bij het woord moet of moeten. Je zet daarmee je gedachten even stil. Je hebt dat doel bereikt als je merkt dat je inderdaad stopt bij moet of moeten.

Je kunt het vergelijken met het leren van verkeersborden. De eerste keer als je een bord ziet, begin je heel bewust op te noemen wat het bord betekent. Bijvoorbeeld: ‘dat is een rond bord, wit met een rode rand. ‘Later weet je als je het bord ziet in een flits wat het betekent. Zo is het ook met de opdrachten die je jezelf geeft.

2 – Ga weer terug naar de eerste regel en zeg of denk: hé, dat is een opdracht en vraag jezelf bij elke regel af of deze opdracht (nog) bij je past. Neem de zin die hierbij past letterlijk over. Hé, dat is een opdracht. Past deze opdracht nog bij mij? Bij hoe ik nu ben? Met de herkenning: hé, dat is een opdracht, zet je het denken even stil. Met de zin: past die nog bij mij, bij hoe ik nu ben, zet je jezelf op een kruispunt. Dan kun je kiezen welke kant je met je gedachten opgaat. Zo leer je jezelf weer te kiezen.

Voorbeeld:

1) Ik moet mijn werk afkrijgen

2) Hé, dat is een opdracht. Past deze opdracht nog bij mij? Bij hoe ik nu ben?

Mogelijk antwoord: nee, die past niet meer bij mij, omdat ik doe wat ik kan.
Mogelijk antwoord: ja. Maar dan is het wel de eigen keuze.

Wat je daarmee doet

Het jezelf opdrachten geven, ik moet, is een automatisme wat als vanzelf opkomt. Meestal gebeurt dit op grond van logica, want wat moet dat moet. Jezelf opdrachten geven sluit aan op de behoefte aan duidelijkheid om grip op jezelf en op de situatie te krijgen. Met de herkenning van de gedachte, hé, dat is een opdracht, zet je jouw gedachtestroom even stil en maak je sowieso een keuze. Welke dat is bepaal je zelf.

Wat dit oplevert is: 

* Meer bewust worden van een opdracht die je jezelf geeft: ik moet.

* Bewuster een keuze kunnen maken

* Leren weer meer te kiezen en minder te moeten

* Meer grip op je eigen handelen

* Het automatisme uit je denken halen

* Jezelf minder onder druk zetten

* Een paar jaar langer kunnen leven

Deze methodiek is onderdeel van het Gedachten Analyse Programma

Delen

De vaardigheid om je gedachteprocessen te kunnen stoppen.

Je vraagt met de stem in je hoofd aan jouw brein om even stil te zijn. Even rust. Geen opdracht, geen bevel, gewoon vragen. Bedankt, zeg je tegen jouw brein, ik wil nu even rust. Of, bedankt, ik wil het nu even zelf doen.

Als jouw brein doet wat jij vraagt, al is het maar een paar seconden, dan geeft dat jou de mogelijkheid om vanuit het nu, als het even stil is in je hoofd, opnieuw te beginnen met een denkproces.  Je hebt een denkproces, wat anders maar door was gegaan, doorbroken.

En misschien denk je dan wel een andere kant uit. In plaats van kwaad te worden, heb je dan de mogelijkheid om rustig te blijven. In plaats van bang te worden heb je dan de mogelijkheid om gewoon maar te zien wat ervan komt. In plaats van je terug te trekken in je hoofd, heb je de mogelijkheid om naar buiten te treden De mogelijkheid, want je maakt zelf die keuze. Maar je hebt dan wel een keuze, die je eerst niet had.

Als het je een keer lukt om je denken even stil te zetten, dan heb je een basis, die uit kan groeien tot een vaardigheid. En dan loop je ergens, het is mooi weer. Constant loop je te denken over iets en in een keer ben jij je daar bewust van. Iets dat je nu waarschijnlijk ook wel kent. Dan kan je die vaardigheid hebben om die stem en daarmee je gedachten, zomaar even stil te zetten, gewoon door het te vragen. Bedankt, maar ik wil nu even rust, of bedankt ik wil het nu even zelf doen. Even rust. Een paar seconden is al genoeg, want dat stilstaan, die rust, is voor jou een mogelijkheid opnieuw te beginnen, als dat al niet vanzelf gaat.

Maar het grote verschil zit tussen bewust en onbewust. Want dan heb je de mogelijkheid bewust te luisteren. En dan kan het zomaar gebeuren, dat je er een hoort, een kerngedachte. Een van de zes. Zelfs een die je hele beleving stuurt. Ach, dat heeft toch geen zin, is er zo een. Een toekomstgerichte overtuiging. Omdat je die nu bewust hoort, kan jij jezelf de vraag stellen: weet ik dat? Weet ik dat echt? Het antwoord kan een verschil uitmaken van dag en nacht. Van geluk of ongeluk.

Die jongen die liep te fantaseren over dat meisje. Hoe hij haar aan zou spreken in een poging tot contact. Die jongen kan later nog heel lang spijt hebben dat hij het niet heeft geprobeerd. Ach, dat heeft toch geen zin, was toen zijn werkelijkheid. Een voorbeeld hoe zijn brein hem niet goed hielp.

Er zijn nu waarschijnlijk momenten dat jij jouw gedachten niet kunt stoppen. Dat hoeft niet eens zozeer het geval te zijn als je een probleem hebt. Dat kan ook het geval zijn als je het druk hebt of iets in gedachten wilt voorbereiden. Jouw gedachtestroom gaat maar door. Het kan zelfs gebeuren dat je rustig in de zon zit en ondanks dat je het niet wilt, bezig blijft met denken.

Dan kan er een moment komen, dat je zou wensen dat je denken even stopte. Je wilt even rust. Misschien met het besef, dat het daar eigenlijk allemaal om gaat en dat dit misschien wel het doel van van al die gedachten is. Om rust te krijgen en evenwicht te vinden. Ook al lijkt het daar dikwijls niet op.

Je denken en daarmee de stem in je hoofd kun je zien als een motor die je op gang brengt door brandstof toe te voegen.Hoe meer brandstof het krijgt, hoe harder de motor gaat draaien. Voeg aan je denken een probleem toe, en je brein gaat werken.

Hoe groter het probleem of hoe meer problemen je toevoegt, des te harder je brein gaat werken. Wanneer jij jouw brein maar blijft voorzien van brandstof in de vorm van niet te beantwoorde vragen, ook een van de zes kerngedachten, als: “Waarom moet mij dat overkomen?” “Waar heb ik dat aan te danken?” “Hoe kan hij dat nou maken?” dan blijft je brein op volle toeren draaien. Op zoek naar een antwoord. Een antwoord dat het niet kan vinden.

De bedoeling is, dat je gaat ervaren, dat jij het kunt. Ook al lukt dit maar een paar seconden, dan is dit voor jou het begin van een nieuwe ontwikkeling. Je krijgt het besef dat jij (al is het in het begin maar heel even) je gedachtestromen even kunt sturen en daarmee geef jij jezelf een antwoord op die altijd maar overheersende rol van je denken. Dat is het begin van het patroon doorbreken.Het patroon van de gedachten in je hoofd in de rol van overheerser en jij in de rol van volger. Die rollen veranderen. Het is de eerste stap op weg naar samenwerking van de stem waar je mee denkt en jouw brein.

Delen

Schouderklopjes, wie zit daar nu op te wachten

Close-up of four business executives standing in a line and applauding

Vanaf 1994 ook onderzoek gedaan naar het effect van complimenten. Mijn onderzoek wees uit dat je een deel van de mensen blij maakt met een schouderklopje. een ander deel motiveert zichzelf aan de hand van een behaald resultaat.

“Toch leuk”, vertelde de man ’s avonds tegen zijn vrouw, “de directeur kwam vandaag naar mij toe en zei dat hij mijn inzet waardeerde”.

Hij blij, vrouw blij, happy end.

Dus, gaan we nu vandaag massaal schouderklopjes uitdelen?

Niet doen. Even wachten. Mensen zijn namelijk verschillend en hebben verschillende behoeften. Een deel van de mensen is meer sfeergericht. Die hebben behoefte aan een schouderklopje. Dat sluit aan op hun behoefte aan erkenning voor hen als persoon. Het schouderklopje motiveert. Veel mensen met die motivatiebehoefte voelen het zelfs, wat je dikwijls ziet aan de reactie. Een brede glimlach bij een compliment.

Een ander deel van de mensen heeft die behoefte minder of zelfs helemaal niet. Dat zijn de mensen die meer resultaatgericht zijn. Die worden ergens anders door gemotiveerd. Zij halen hun motivatie uit het halen van resultaten.

Wat iemand die meer sfeergericht is, voelt bij het schouderklopje, voelt de meer resultaatgerichte als deze het resultaat heeft behaald. Een deel van de mensen doen schouderklopjes weinig tot niets.

Als je mensen met die meer resultaatgericht zijn wil motiveren, vraag dan eens: “wat heb jij nodig om je werk goed te kunnen doen?” Daar worden zij blij van, dat motiveert hen. Aandacht voor waar zij behoefte aan hebben. Laat dat schouderklopje bij hen maar zitten, daar kopen zij niets voor.

De mens achter de functie

DE mens, DE medewerker bestaat niet. Misschien komt ooit de tijd dat een werkgever aan een medewerker vraagt waar deze als mens behoefte aan heeft. Of het dan mogelijk is om dat allemaal te faciliteren is een tweede. Er is dan in ieder geval aandacht voor iemand als mens, voor de mens achter de functie. En wat zou daar de invloed van zijn op de motivatie?

Het gaat maar door, de top-tienlijstjes. 20% van de mensen gaat weg als zij ergens meer kunnen verdienen, 15% als zij meer opleidingsmogelijkheden kunnen krijgen, 25% Voor de sfeer, enz.

Het oude denken, wat er maar moeilijk uit te krijgen is. Mensen zijn individuen. Wie wil er weg en waarom, dat is de vraag.

Situaties op de arbeidsmarkt hebben grote invloed. Een krappe arbeidsmarkt heeft het effect dat er meer naar werknemers wordt geluisterd. De vergrijzing, een onderschat vraagstuk waar nog weinig mee wordt gedaan, kan dit proces versnellen. De goede mensen die je als werkgever wilt behouden op deze manier leren kennen. Dat bindt, is de stelling.

Delen

Een verandering van denken en hoe we met elkaar omgaan

Een verandering van binnenuit. Dat is het idee.

De gedachten die wij mensen hebben

Het is vele jaren geleden dat ik elf mogelijkheden voor werk had en daarbij stilstond. Ik maakte een top-downlijstje waarbij de eerste drie voor mij als zeker geplaatst werden. Zes zeer waarschijnlijk en twee een goede mogelijkheid. Het kon niet anders dan dat er in ieder geval een, maar zeer waarschijnlijk meer door zou gaan. Dat was mijn conclusie.

Niets ging uiteindelijk door en allemaal om redenen die ik niet had bedacht. Toen wist ik het. Ik kan nooit zeker weten wat er in de toekomst gebeurt. Elf mogelijkheden en dan de schok.

Die schok wil ik iedereen geven. Niet met elf mogelijkheden, maar met besef dat we niet kunnen weten wat er in de toekomst gebeurt. Later kwam daar nog de vaststelling bij dat ik ook niet kan weten wat een ander denkt of voelt. Net als de toekomst kan ik het inschatten, maar niet weten. De derde vaststelling was dat ik niet in oneindigheid kan denken.

Daarmee had ik de kaders voor mijn denken. Binnen die kaders kan ik weten. Met dat kader ging ik naar mensen luisteren en doe dat nog steeds. Honderden mensen heb ik gevraagd: wat dacht je toen of wat dacht je net en vanuit die informatie heb ik een filter ontwikkeld. Een filter voor de gedachten die we hebben en de uitspraken die we doen. Bedoeld om een verandering te brengen.

De journalist die de niet herkende fantasiegedachte hoort, weet dat wat hij hoort, één mogelijkheid is. Zegt de journalist dat, met daarbij dat er veel meer mogelijk is, dan is er een verandering.

Een politicus heeft een idee en het debat begint. Dan hoor je ze, de toekomstgerichte overtuigingen, de niet herkende fantasiegedachten en niet te vergeten, de niet te beantwoorden vragen. Hoe denkt u dat de mensen zullen reageren? Het antwoord op de vraag wordt niet gegeven. Het idee wordt weggehoond. Er is een niet te beantwoorden vraag gesteld. Debat gewonnen. Het werkt als een trein. Totdat de vraag wordt herkend. Toch maar weer die journalist?

Dat is wat ik hoor als ik over de politiek lees en luister.

Geen nieuwe partij. Niet weer these – antithese en zelden synthese. Oude patronen die, zoals het lijkt, hun langste tijd hebben gehad. De twee wegen gedachte die de mens gevangen houdt. Misschien is dit filter een alternatief. Mensen naar de werkelijkheid krijgen door de gedachten en uitspraken te herkennen die dit tegenhouden. De politici, maar ook de bakker op de hoek.  Een filter zonder boodschap, zonder sturing, zonder ideologie. Los van these en antithese.

Situaties, gebeurtenissen, roepen gedachten op en die bepalen onze reactie. We zoeken de verlossing in de situatie of een gebeurtenis. Maar misschien moeten we het in de gedachten zoeken die door de situatie of gebeurtenis worden opgeroepen en daarmee aan de gang gaan.

Delen

Gedachtemanagement

Het zijn nog maar gedachten als het over de toekomst gaat. Ja, dat is makkelijk gezegd als je baan op de tocht staat, het leven steeds duurder wordt en de toekomst er somber uitziet.

Soms is er maar een oplossing en die zit in het hoe je ermee omgaat. Met al die situaties en gebeurtenissen die op je afkomen. Het zijn de situaties en de gebeurtenissen die bij jou gedachten oproepen. Het zijn de gedachten die een gevoel oproepen en het gevoel roept weer nieuwe gedachten op. Het effect? Denken, denken en blijven denken.

Dan gebeurt het. Je voelt je gespannen, onrustig, bang.

Komt dat door de situatie of gebeurtenis? Ongetwijfeld, want je zal maar………. Het zijn echter de gedachten die het dikwijls nog erger maken en maar voort laten duren. Piekeren, malen en toch kom je er niet uit. Je maakt je steeds meer zorgen.

Je bouwt het zelf op met gedachten. Dan gaat het niet over alle gedachten, dan gaat het over bepaalde soorten gedachten, de zes kerngedachten die ik uiteindelijk ontdekte. Steeds weer en bij alle mensen kwamen dezelfde soorten gedachten op.

Zes kerngedachten die alle mensen gebruiken wanneer zij nadenken. Herkenning van een kerngedachte zet het gedachteproces even stil. Genoeg om een keuze te krijgen. Denk ik zo door of stop ik dat denkproces.

Delen

Wij zijn meer dan alleen onze gedachten

 

 

Naast of misschien beter gezegd achter het denken is er nog een wereld.

De wereld van het NU, waar het stil is. Even niet denken.

Waar je ‘weet’ zonder woorden. Zonder gedachten. Waar je even rust vindt. Even maar.

Het is genoeg om te ervaren.

Die wereld raken we steeds meer kwijt, want de stem waar we mee denken praat maar door. Gedachten houden ons tegen. Iets drijft ons, we moeten door. Dat doet ons brein met gedachten. Het angstbeeld van geen vooruitgang is genoeg om maar door te gaan. Zo ver zijn we NU met onze beschaving.

Delen

De mens achter de communicatie

communicatie

Een aantal belangrijke verschillen tussen mensen zit in de tegengestelde behoeften. In de tegenstelling zit een oorzaak van miscommunicatie. Je praat langs elkaar heen.
Hoe je ook je best doet, de verschillen in behoeften tussen jou en een ander kunnen ervoor zorgen dat je de ander toch niet bereikt en de ander jou niet. Dat kan dan komen doordat de ander uitgaat van de eigen behoefte en jij hetzelfde doet.
Het belangrijkste is de herkenning van de behoefte. De behoefte wordt het verborgen deel genoemd, omdat deze niet zichtbaar is. Wat wel zichtbaar is, is het gedrag wat hieruit voortkomt, de manier van reageren en de wijze van communiceren. Daaraan kun je een behoefte herkennen.
Herken je de behoefte van een ander, dus weet je waar een ander behoefte aan heeft, dan heb je de sleutel om met jouw communicatie de ander te bereiken.

Het gaat om de herkenning

De ontdekking dat je mensen per behoefte in drie groepen kunt verdelen en het onderzoek wat van daaruit is gedaan, maakt de herkenning mogelijk. Bij mensen maar ook bij een organisatie, een team, afdeling. Steeds met de vraag welke behoefte is sterker aanwezig en welke minder.

Willers en moeters

Je kunt meer behoefte hebben aan een eigen keuze, dan ben je meer willer, of je hebt meer behoefte aan duidelijkheid, dan ben je meer moeter, of je hebt behoefte aan beide in gelijke mate. Mensen met verschillende behoeften, de wereld is er vol van. Als voorbeeld de willer en de moeter. Tegengestelde behoeften die tot uiting komen in het gedrag, de manier van reageren en de wijze van communiceren.

Meer willer?

Iemand die meer willer is en in elke situatie de behoefte heeft een eigen keuze te hebben, ontmoet iemand en hoort: ‘dan willen ze mij dwingen om dat te doen, maar ik laat me niet dwingen’.
Die herkent hetzelfde bij zichzelf en klik er is contact. Is dat een collega of leidinggevende, maar ook een partner, of een kind, of de buurman, of een vriend, dan deel je iets met elkaar. Je hebt dezelfde invalshoek. Je spreekt dezelfde ‘taal’. Dat is mooi, als dat altijd zo is. Waren alle mensen maar zo.

Meer moeter?

Maar zo zit de wereld niet in elkaar. Er zijn mensen die een andere invalshoek hebben, in dit voorbeeld de meer moeters, en mensen die beide behoeften in gelijke mate hebben.
Dat kan iedereen zijn die je tegenkomt. In de werksituatie en in het privéleven. ‘Als je een auto hebt moet je hem wel onderhouden’, zegt iemand die meer moeter is. Weg eigen keuze voor de meer willer en het verzet is daar. Die hoort: ‘je moet’.

Opnieuw kennismaken?

Totdat je jouw eigen positie kent. Weet, dat jij bijvoorbeeld meer een willer bent en dat er veel mensen zijn die meer moeter zijn. Dan verstoort het niet meer als je daar contact mee hebt. ‘O, dat is een moeter’, denk je als je de opmerking van die ander hoort. ‘Die is van die andere groep’. Je weet dan wat je van die ander kunt verwachten. Zoals oorzaak en gevolg, als het moet dan moet het.
Ben je zelf meer moeter en ontmoet je verzet bij iemand wanneer je het woord moet of moeten gebruikt, dan kan de ander meer willer zijn. Die hoort je en denkt of zegt al snel: ‘ik moet niets’.
Willers, ook daar zijn er heel veel van.

Zelftraining communicatie. Verschillen overbruggen in de werksituatie 

Delen

Communicatie nieuwe stijl

Communicatie nieuwe stijl

communicatiecursus-1-638

Elkaar beter begrijpen

Wat is de oorzaak dat mensen zo verschillend zijn? De één kan de hele dag geconcentreerd met iets bezig zijn en de volgende dag en zo jarenlang, terwijl de ander al na enkele minuten opstaat, gewoon omdat hij of zij dat niet volhoudt. De één reageert zichtbaar blij met een compliment over hem of haar als persoon. De ander vertrekt bijna geen spier. De één heeft behoefte aan duidelijkheid, de ander stelt de eigen keuze centraal. Zo maar een aantal verschillen tussen mensen die aan de basis staan van miscommunicatie.

Achter die verschillende invalshoeken zitten de behoeften van mensen. Dat wat hun aantrekt, stimuleert, motiveert en nog andere benamingen die zichtbaar maken waar mensen zich individueel op richten, waar zij behoefte aan hebben en,niet in de laatste plaats, wat hun persoonlijke communicatie-invalshoeken zijn

Hier wordt de term behoeften gehanteerd, omdat deze meest duidelijk aangeven wat deze persoonlijke invalshoeken voor de mens zelf doen, namelijk motiveren of demotiveren. Dat laatste is het geval wanneer de behoeften niet tot hun recht kunnen komen. Deze behoeften zijn onbekend en kunnen daarom ook niet benut worden. Niet door de persoon zelf niet en ook niet door de organisatie waar de persoon werkzaam is.

De verborgen behoeften kun je ze noemen. Ze zijn aanwezig in elk mens, in elke laag van de samenleving, elke branche, elke organisatie, elk gezin en hebben daar hun invloed. Wat mensen drijft, stimuleert en motiveert kan, in de mate waarin de behoeften aanwezig zijn, van mens tot mens verschillen. De mate waarin zorgt dus voor de verschillen tussen mensen.

Het communicatieprofiel maakt de persoonlijke behoeften zichtbaar en geeft de kennis om de behoeften van anderen te leren herkennen en hier gericht mee om te gaan.

Bewust zijn van het feit dat er op dit punt verschillende invalshoeken zijn en iemand daarin herkennen, heeft een aantal voordelen. Het herkennen geeft de mogelijkheid om de ander beter in te schatten. Je weet een beetje wat je kunt verwachten. Je weet niet precies wat deze gaat zeggen, je weet wel hoe de ander doorgaans reageert en waarschijnlijk in een toekomstige situatie gaat reageren. Waarschijnlijk, want bij mensen weet je het nooit zeker. Dat is ook een deel van de differentiatie.

Dan komt het begrijpen. Je begrijpt waarom de ander zo reageert. Waarom de ander, bijvoorbeeld iemand die meer moeter dan willer is, duidelijkheid en consequent zijn zo belangrijk vindt en daar op aan blijft aandringen. En stel, dat mensen op de hoogte zijn van elkaars behoeften op dit gebied, dan kan zichtbaar worden wat eventueel een goede samenwerking en communicatie in de weg kan staan. In plaats van verstoring, irritatie, misvattingen, onzekerheid (waarom reageert die ander zo?) kan dit worden omgezet in het leren van elkaar. Je leert bij anderen invalshoeken herkennen die haaks op die van jou kunnen staan. Je leert begrijpen waarom dat zo is. Dat is de fase na het herkennen.

Dan volgt de fase van het, met jouw manier van communiceren, afstemmen op de ander. Om daarmee de mogelijkheid creëren dat de communicatie doorloopt in plaats van herhaaldelijk stopt, of omdat je de ander niet bereikt omdat je langs elkaar heen praat.

Meer info PowerPoint hier

Delen

Tegengestelde behoeften

Tegenstellingen

Een deel van de mensen is meer sfeergericht, een deel is meer resultaatgericht en nog een deel heeft beide behoeften in gelijke mate.

Stel jij hebt ‘sfeergericht’ als belangrijkste behoefte. Dan betekent  het dat jij energie haalt uit de waardering die jij krijgt van anderen. Dat kan zijn in de vorm van een compliment, een schouderklopje of een opgestoken duim.

Waar iemand met deze behoefte zeker niet tegen kan is een gespannen sfeer. Slecht tegen ruzie kunnen hoort daar ook bij. Gewoon gezellig. Dan gedijt deze persoon het best.

Stel jij hebt ‘resultaatgericht’ als belangrijkste behoefte. Dan betekent het dat jij energie haalt uit het bekijken van een voor jou goed resultaat wat jouw prestatie opgeleverd heeft. Complimenten van anderen hebben niet zoveel effect op jou. Die geef jij jezelf wel.

Waar iemand met deze behoefte zeker niet tegen kan zijn gesprekken die ‘nergens over gaan’. Een gesprek moet wel inhoud hebben. Het moet ergens toe leiden. Dan gedijt deze persoon het best.

Stel jij hebt beide behoeften in gelijke mate, dan zal de situatie vaak bepalen welke de boventoon voert. Thuis kan je dan veel meer behoefte hebben aan een goede sfeer, waarbij het inhoudelijke van contact niet zo belangrijk is. Op het werk kan het dan bijvoorbeeld precies andersom zijn. Deze groep is eigenlijk gezegend. Het betekent namelijk dat de switch gemakkelijk gemaakt kan worden wanneer de situatie daarom vraagt.

Het klikverhaal 

Je kunt iemand voor het eerst tegenkomen en na een paar minuten is er al sprake van een klikverhaal. De kans is dan groot dat dezelfde behoefte gedeeld wordt.

Jullie zijn bijvoorbeeld beiden sfeergericht. Het is dan niet zo belangrijk waar jullie het over hebben, als het maar ontspannen en gezellig is. Een hapje, een drankje en een leuk gesprek. Op zo’n moment is er sprake van doorstroming in de communicatie. Of de klik doorzet is helaas niet voorspelbaar. Je hebt namelijk nog vijf andere tegengestelde behoeften en je weet misschien nog niet of daar overeenkomsten of verschillen in zijn.

Het kan ook zijn dat jullie beiden resultaatgericht zijn.  Grote kans dat er een boeiend gesprek ontstaat. Zo boeiend, dat het hapje en drankje misschien gewoon vergeten worden. Een inhoudelijk interessant gesprek zorgt dan voor doorstroming in de communicatie. Ook hier is een weerzien niet voorspelbaar.

Geen klikverhaal 

Maar dan kom je iemand tegen die de tegengestelde behoefte heeft. De een is sfeergericht, de ander is meer resultaatgericht.

Iemand die sfeergericht is, moet dan van goede huize komen om degene die meer resultaatgericht is een leuke ontmoeting te bezorgen. Prietpraat? Doe maar, maar niet te lang. De meer resultaatgerichte wacht op een onderwerp waar geïnteresseerd op gereageerd kan worden. Of komt zelf met onderwerpen die maar kort de aandacht van de ander kan vangen. Op dit punt, op haaks op elkaar staande behoeften, kan dan miscommunicatie ontstaan. Een volgende ontmoeting hoeft echter niet gelijk uitgesloten te zijn. Op andere tegengestelde behoeften kan er namelijk wel een klikverhaal zijn. 

Met deze kennis is iedere nieuwe ontmoeting een nieuwe uitdaging. Je bent nu meer in staat om die andere behoefte die bij jou nog even in de koelkast staat optimaal in de strijd te gooien. En wat deze kennis ook op kan leveren, is dat bij jou de tegengestelde behoeften wat meer in balans komen en dan ga je bij die gezegende derde groep horen.

Delen